ECLI:NL:RBDHA:2018:1222
Rechtbank Den Haag
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond tegen niet-ontvankelijkverklaring opvolgende asielaanvraag met betrekking tot uitzetting naar Rwanda
De rechtbank Den Haag behandelde op 1 februari 2018 het beroep van eiser tegen het besluit van 17 januari 2018 waarbij zijn opvolgende asielaanvraag niet-ontvankelijk werd verklaard. Verweerder had de aanvraag beoordeeld aan de hand van de Burundische nationaliteit van eiser en het eerdere ongeloofwaardige asielrelaas, zonder nieuwe elementen te erkennen.
Eiser stelde dat hij vreest voor een situatie in Rwanda die strijdig is met artikel 3 EVRM Pro, terwijl verweerder het standpunt innam dat deze vrees pas in een procedure tegen feitelijke uitzetting aan de orde kan komen. De rechtbank oordeelde dat dit standpunt onjuist is, omdat het feitelijk zou betekenen dat vreemdelingen geen rechtsmiddel hebben tegen uitzetting naar een land waarvan zij niet de nationaliteit hebben.
De rechtbank stelde vast dat verweerder ten onrechte het asielrelaas over Rwanda niet inhoudelijk heeft beoordeeld en niet heeft getoetst aan artikel 3 EVRM Pro. Het bestreden besluit werd daarom vernietigd en verweerder werd veroordeeld in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het beroep is gegrond verklaard en het besluit tot niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag is vernietigd.