Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 oktober 2018 in de zaak tussen
Procesverloop
Overwegingen
.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Eritrese nationaliteit, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor nareis bij zijn genaturaliseerde echtgenote (referente) die de Nederlandse nationaliteit bezit. De aanvraag werd afgewezen omdat de referente niet langer als vreemdeling wordt beschouwd, waardoor de wettelijke voorwaarden voor nareis niet meer zijn vervuld.
De rechtbank overwoog dat het Nederlanderschap van de referente betekent dat eiser geen rechten meer kan ontlenen aan de nareisbepalingen van de Vreemdelingenwet. Het beroep op het EVRM en het EU-recht, waaronder het arrest Chavez-Vilchez, werd verworpen omdat eiser niet aannemelijk maakte dat hij daadwerkelijk zorgtaken verricht voor zijn minderjarige dochter en omdat er geen sprake is van een situatie waarin het kind de Unie zou moeten verlaten.
Daarnaast oordeelde de rechtbank dat er geen sprake is van discriminatie op grond van nationaliteit en dat de aanvraag terecht is afgewezen. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de mvv-aanvraag voor nareis wordt ongegrond verklaard omdat de referente is genaturaliseerd en niet langer als vreemdeling wordt beschouwd.