ECLI:NL:RBDHA:2018:12101
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige maatregel van bewaring wegens onvoldoende motivering overdracht aan Duitsland
Eiser werd een maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59a van de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel was gemotiveerd met een claimakkoord van 10 november 2016 voor overdracht aan Zwitserland, maar de overdrachtstermijn aan Zwitserland was verstreken. Verweerder stelde dat er een concreet aanknopingspunt voor overdracht aan Duitsland bestond, maar dit was niet vermeld in de maatregel.
De rechtbank stelde vast dat de gekozen grondslag voor de maatregel niet deugdelijk was gemotiveerd, omdat het ontbreken van een concreet aanknopingspunt voor overdracht aan Duitsland niet in de maatregel stond en achteraf mondeling niet aangevuld kon worden. Hierdoor was de maatregel vanaf het moment van opleggen onrechtmatig.
De rechtbank besloot de maatregel van bewaring met ingang van 5 oktober 2018 op te heffen en kende eiser een schadevergoeding toe van €1.120,- voor 14 dagen onrechtmatige bewaring. Daarnaast werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van €1.002,-. Het beroep werd gegrond verklaard en andere beroepsgronden bleven onbesproken.
Uitkomst: De maatregel van bewaring is onrechtmatig verklaard en opgeheven met toekenning van schadevergoeding en proceskosten aan eiser.