ECLI:NL:RBDHA:2018:12022
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G. van Zeben - de Vries
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-behandeling asielaanvraag wegens Dublinverordening en Duitse verantwoordelijkheid
Eisers hebben asiel aangevraagd in Nederland, maar verweerder heeft de aanvragen niet in behandeling genomen omdat Duitsland volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is. Eisers stelden dat Duitsland tekortkomingen vertoont in de asielprocedure en opvang, waaronder het ontbreken van medische hulp tijdens de bevalling en de dreiging van plaatsing in gesloten Ankerzentren.
De rechtbank overweegt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat alleen bij aannemelijke systematische tekortkomingen in Duitsland een uitzondering kan worden gemaakt. De medische situatie bij de bevalling betreft geen systematisch tekort in het Duitse asielstelsel. De Ankerzentren zijn geen gesloten centra en er is onvoldoende bewijs dat zij niet voldoen aan Europese opvangnormen.
Daarnaast is niet aannemelijk gemaakt dat eisers geen toegang tot rechtsbijstand hebben in Duitsland of dat zij risico lopen op indirect refoulement. Ook zijn er geen bijzondere individuele omstandigheden die een overdracht aan Duitsland onredelijk maken. Daarom is het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-behandeling van de asielaanvragen is ongegrond verklaard omdat Duitsland verantwoordelijk is en er geen aannemelijke systematische tekortkomingen zijn.