ECLI:NL:RBDHA:2018:12016
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G. van Zeben - de Vries
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende geloofwaardigheid van geloofsovertuiging
Eiseres, een Vietnamese nationaliteit houdende vrouw, verzocht om een verblijfsvergunning asiel op grond van vervolging vanwege haar geloof in de christelijke sekte Hôi Thánh Duc Chua Troi. Zij stelde dat zij sinds april 2017 regelmatig huiskerkdiensten bezocht en na een politie-inval in februari 2018 vervolgd werd, wat leidde tot haar vlucht uit Vietnam.
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees haar aanvraag af wegens kennelijke ongegrondheid, met als kernargumenten twijfel over de geloofwaardigheid van haar relaas en onvoldoende aannemelijkheid van vervolging of ernstig risico bij terugkeer. De rechtbank toetste deze beoordeling en oordeelde dat eiseres onvoldoende basiskennis had over haar geloof en haar verklaringen vaag en ongerijmd waren, onder meer omdat zij na de politie-inval meerdere keren terugkeerde naar de huiskerk ondanks haar angst.
Daarnaast vond de rechtbank dat de staatssecretaris terecht de rapporten over de situatie in Vietnam had betrokken maar dat deze niet afdoen aan het ongerijmde karakter van het verhaal van eiseres. De rechtbank concludeerde dat het bestreden besluit niet in strijd was met relevante werkinstructies en wettelijke bepalingen en verklaarde het beroep ongegrond. Tevens werd een inreisverbod opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag is ongegrond verklaard en het inreisverbod gehandhaafd.