ECLI:NL:RBDHA:2018:12002
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen intrekking verblijfsvergunning wegens termijnoverschrijding
Eiseres, met de Turkse nationaliteit, had sinds 8 maart 2014 een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd. Deze vergunning werd ingetrokken vanwege het verstrekken van onjuiste of achtergehouden gegevens. Verweerder verklaarde het bezwaar van eiseres niet-ontvankelijk omdat het niet binnen de wettelijke termijn was ingediend.
De rechtbank overwoog dat het besluit op de juiste wijze was bekendgemaakt door verzending naar het laatst bekende adres, conform artikel 3.104, vijfde lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000. Eiseres had niet tijdig haar adreswijziging doorgegeven, waardoor zij zelf verantwoordelijk was voor het niet ontvangen van het besluit.
Omdat het bezwaar pas ruim na de termijn werd ingediend, en er geen verschoonbare reden was, werd het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep tegen deze beslissing werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de niet-ontvankelijkverklaring van haar bezwaar is ongegrond verklaard.