ECLI:NL:RBDHA:2018:11870
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Eritrese vreemdeling wegens ongeloofwaardige identiteit en herkomst
De rechtbank Den Haag heeft op 21 september 2018 uitspraak gedaan in een zaak waarin een Eritrese asielzoeker beroep instelde tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid had de aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond vanwege twijfels over de geloofwaardigheid van de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser.
Eiser stelde Eritrese nationaliteit te hebben en het land te zijn ontvlucht vanwege de dienstplicht, die volgens hem eindeloos zou zijn. Hij had geen documenten overgelegd ter ondersteuning van zijn identiteit en herkomst. Verweerder stelde dat uit registratiegegevens in Italië bleek dat eiser onder meerdere namen en geboortedata stond geregistreerd, wat grote twijfels opriep. Ook was de naam van zijn grootvader niet genoemd, en wist eiser essentiële informatie over Eritrea niet correct te verstrekken.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht twijfelde aan de geloofwaardigheid van eiser en dat eiser niet had voldaan aan zijn samenwerkingsverplichting om zijn identiteit aannemelijk te maken. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Eiser kan tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag is ongegrond verklaard wegens onvoldoende geloofwaardigheid van identiteit en herkomst.