ECLI:NL:RBDHA:2018:11862

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
14 september 2018
Publicatiedatum
4 oktober 2018
Zaaknummer
NL18.15039
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening+bodemzaak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
DublinverordeningOpvangrichtlijn
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond tegen niet-in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublin-verantwoordelijkheid Italië

Eiser, een Algerijnse nationaliteit, diende een asielaanvraag in die door verweerder niet in behandeling werd genomen omdat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. Uit het Eurodac-systeem bleek dat eiser illegaal via Italië de EU was binnengekomen en Italië had een verzoek om terugname geaccepteerd.

Eiser voerde in beroep aan dat de leefomstandigheden, medische zorg en scholing in Italië ontoereikend zouden zijn, en dat hij vreesde na overdracht geen opvang te krijgen. Deze stellingen werden niet onderbouwd en leidden niet tot een andere conclusie. De rechtbank oordeelde dat Italië het verzoek van eiser conform Europese asielrichtlijnen zal behandelen.

Er waren geen bijzondere individuele omstandigheden die verweerder verplichten de aanvraag inhoudelijk te behandelen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL18.15039
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam] , eiser

(gemachtigde: mr. P.E.J.M. Bartels),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. N.H.T. Jansen).

Procesverloop

Bij besluit van 14 augustus 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen op de grond dat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorziening te treffen in afwachting van de uitkomst van zijn beroep (NL18.15040).
Het onderzoek op zitting heeft, samen met de behandeling van de voorziening, plaatsgevonden op 6 september 2018. Eiser en zijn gemachtigde zijn, na voorafgaand bericht, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Na afloop van de behandeling van de zaak op zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

1. Eiser is geboren op [geboortedatum] en van Algerijnse nationaliteit. Uit het Eurodac-systeem is gebleken dat hij op 24 november 2017 op illegale wijze via Italië het grondgebied van de Europese Unie is binnengekomen. Italië heeft een verzoek om terugname geaccepteerd. Gelet hierop heeft verweerder terecht vastgesteld dat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling van eisers verzoek om internationale bescherming.
2. Voor zover eiser eerst in beroep – zonder onderbouwing – heeft gewezen op tekortkomingen in de algemene leefomstandigheden van en medische zorg en scholing voor asielzoekers in Italië, leidt dat niet tot de conclusie dat eiser niet aan Italië kan worden overgedragen. Dit geldt ook voor de niet onderbouwde vrees dat hij als Dublin-claimant na overdracht geen opvang zal krijgen in Italië. Gelet ook op de aanvaarding van de Dublinclaim moet ervan uit worden gegaan dat Italië het verzoek om internationale bescherming van eiser met inachtneming van de Europese asielrichtlijnen, waaronder de Opvangrichtlijn, zal behandelen. Eiser heeft het tegendeel niet aannemelijk gemaakt.
3. Er is niet gebleken van bijzondere individuele omstandigheden op grond waarvan verweerder gehouden zou zijn om de asielaanvraag inhoudelijk te behandelen.
4. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
De beslissing is in het openbaar uitgesproken door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van S.A.K. Kurvink, griffier, op 6 september 2018.
Dit proces-verbaal is digitaal ondertekend en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.