ECLI:NL:RBDHA:2018:11861
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardig asielrelaas en ontbreken beschermingsgrond
Eiseres, van Eritrese nationaliteit, heeft een asielaanvraag ingediend die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen als ongegrond. De rechtbank heeft het beroep van eiseres behandeld en geconcludeerd dat het asielrelaas onvoldoende geloofwaardig is. De rechtbank weegt mee dat eiseres tegenstrijdige verklaringen heeft afgelegd over de detentie en het lot van haar echtgenoot in Eritrea.
Daarnaast is vastgesteld dat eiseres legaal en gecontroleerd is vertrokken uit Eritrea met een paspoort en uitreisvisum, hetgeen niet strookt met haar stelling dat zij bescherming nodig heeft vanwege vervolging. De rechtbank acht de verklaring over het verkrijgen van het paspoort door omkoping niet aannemelijk, noch de claim dat de Eritrese autoriteiten pas na haar vertrek ontdekten dat het paspoort onrechtmatig was verstrekt.
Verder is onvoldoende onderbouwing geleverd voor de bewering dat zij na haar vrijlating in 2006 voortdurend door de autoriteiten werd lastiggevallen. Ook het late melden van de asielaanvraag in Nederland wordt als ongeloofwaardig beoordeeld. Ten slotte is niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van een beschermingswaardig familieleven met haar meerderjarige zoon. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om een verblijfsvergunning af.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag is ongegrond verklaard en de aanvraag afgewezen.