ECLI:NL:RBDHA:2018:11749
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing visumaanvraag kort verblijf wegens onvoldoende bewijs familierelatie en middelen van bestaan
Eiseres, een Turkse staatsburger geboren in 1932, verzocht op 14 juli 2017 om een visum voor kort verblijf bij haar kleindochter in Nederland. De Minister van Buitenlandse Zaken wees de aanvraag af omdat eiseres het doel en de omstandigheden van het verblijf onvoldoende had aangetoond, evenals het ontbreken van bewijs voor de familierelatie en onvoldoende financiële middelen.
Eiseres voerde aan dat zij een hechte band met haar kleindochter heeft en dat zij en haar echtgenoot een AOW-uitkering ontvangen, die niet door verweerder was betrokken bij de beoordeling. Tevens stelde de kleindochter zich garant voor het verblijf en de terugreis, en de vliegtickets waren reeds betaald.
De rechtbank oordeelde dat eiseres geen objectief verifieerbaar bewijs had overgelegd van de familierelatie en dat de financiële middelen onvoldoende waren aangetoond. Het forfaitaire bedrag van €34 per dag per persoon geldt ongeacht andere omstandigheden. Ook de garantstelling door de kleindochter was onvoldoende onderbouwd. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de visumaanvraag kort verblijf is ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van familierelatie en middelen van bestaan.