ECLI:NL:RBDHA:2018:11743
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.W. Vogels
- Rechtspraak.nl
Beëindiging schuldsaneringsregeling met korting op vergoeding bewindvoerder
De rechtbank Den Haag behandelde de beëindiging van de schuldsaneringsregeling van schuldenaar, die sinds 29 juli 2014 van kracht was en verlengd tot 29 juli 2018. De bewindvoerder rapporteerde schriftelijk over de afronding van de regeling en informeerde de rechtbank over de laatste stand van zaken.
De kernvraag was of schuldenaar tekort was geschoten in zijn verplichtingen uit de regeling. Schuldenaar had aanvankelijk een schuldenlast van €52.310,01 opgegeven, maar deze bleek later verhoogd tot €87.737,70 door een belastingvordering inzake terugbetaling kinderopvangtoeslag 2012. Schuldenaar verklaarde niet op de hoogte te zijn geweest van deze schuld bij aanvang en meldde deze later aan de bewindvoerder. De rechtbank oordeelde dat dit geen toerekenbare tekortkoming was.
Verder zijn alle overige verplichtingen door schuldenaar nagekomen en zijn geen bezwaren van schuldeisers gebleken. De regeling eindigt met een 'schone lei'. De rechtbank stelde vast dat de bewindvoerder naliet de rechter-commissaris tijdig te informeren over de verhoogde schuldenlast, waardoor een tussentijdse beëindiging niet kon worden overwogen. Daarom besloot de rechtbank de vergoeding van de bewindvoerder te halveren en gaf hem gelegenheid tot schriftelijke reactie.
De rechtbank stelde het vastrecht op €617,-, voor zover de boedel toereikend is, en hield verdere beslissingen aan totdat de bewindvoerder zijn standpunt kenbaar maakt.
Uitkomst: De schuldsaneringsregeling wordt beëindigd zonder toerekenbare tekortkomingen van schuldenaar en de vergoeding van de bewindvoerder wordt gehalveerd wegens late melding.