Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 september 2018 in de zaak tussen
Procesverloop
Overwegingen
De rechtbank oordeelt als volgt.
Rechtbank Den Haag
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om haar aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis af te wijzen. De rechtbank heeft vastgesteld dat eiseres geen officiële documenten heeft overgelegd die haar identiteit kunnen aantonen. De verklaring dat haar Eritrese identiteitskaart tijdens haar illegale uitreis was afgenomen, werd niet als voldoende bewijs beschouwd.
Daarnaast zijn de door eiseres ingebrachte documenten, waaronder een geboorteakte, doopakte en kerkelijke huwelijksakte, door het Bureau Documenten als vals beoordeeld. Hierdoor kon de feitelijke gezinsband met de referent niet worden vastgesteld. De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris terecht heeft geconcludeerd dat eiseres haar identiteit niet aannemelijk heeft gemaakt.
Verder werd het verweer dat de hoorplicht was geschonden verworpen, omdat het redelijk was om af te zien van een hoorzitting gezien de omstandigheden en het motief van het besluit. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende aannemelijkheid van haar identiteit en valse documenten.