ECLI:NL:RBDHA:2018:11559
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning schadevergoeding voor onrechtmatige voorlopige hechtenis na vrijspraak
Verzoekster werd verdacht van diefstal in vereniging met geweld en medeplichtigheid aan diefstal, maar is uiteindelijk vrijgesproken door een onherroepelijk vonnis van de meervoudige strafkamer van de rechtbank Den Haag op 29 december 2017.
Zij verbleef 79 dagen in verzekering en voorlopige hechtenis. Verzoekster vroeg een schadevergoeding van €6.395 voor de geleden schade door deze detentie. De officier van justitie stelde het verzoek af te wijzen wegens het ontbreken van billijkheid, verwijzend naar de proceshouding van verzoekster en het feit dat zij op cruciale punten geen openheid van zaken gaf.
De rechtbank oordeelde dat het gebruik van het zwijgrecht en het niet volledig openbaren van feiten onvoldoende zijn om de detentie aan verzoekster toe te rekenen. Er waren geen bijkomende omstandigheden die dit zouden rechtvaardigen. Daarom zijn er gronden van billijkheid om de gevraagde schadevergoeding toe te kennen.
De rechtbank bepaalde dat verzoekster een bedrag van €6.395 ontvangt, te voldoen door de Staat, als vergoeding voor de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.
Uitkomst: Verzoekster krijgt een schadevergoeding van €6.395 voor de onrechtmatige voorlopige hechtenis toegekend.