ECLI:NL:RBDHA:2018:11529
Rechtbank Den Haag
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning regulier voor medische behandeling wegens ontbreken mvv-vrijstelling
Eiser diende op 24 januari 2018 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met als doel medische behandeling. Deze aanvraag werd afgewezen op 23 maart 2018, waarbij tevens het inreisverbod van vijf jaar van kracht bleef. Het bezwaar van eiser tegen deze afwijzing werd bij besluit van 15 mei 2018 ongegrond verklaard. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit.
Tijdens de mondelinge behandeling op 27 augustus 2018 waren eiser en zijn gemachtigde evenals de verweerder verhinderd; de rechtbank deed daarop direct uitspraak. Verweerder had overwogen dat eiser niet beschikte over de vereiste machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en dat er geen reden was om vrijstelling van deze plicht te verlenen. Tevens werd gesteld dat het uitblijven van medische behandeling geen medische noodsituatie zou veroorzaken en dat er geen bijzondere omstandigheden waren om geen mvv te verlangen.
Eiser voerde aan dat hij ernstige psychische klachten heeft en dat terugkeer naar Pakistan schadelijk is voor zijn gezondheid, mede vanwege veiligheidsrisico's en het stigma op psychische aandoeningen aldaar. De rechtbank stelde vast dat verweerder zijn besluit kon baseren op een deskundigenadvies van het Bureau Medische Advisering (BMA) van 15 maart 2018, waarvan geen reden was om aan de juistheid te twijfelen. Eiser leverde geen tegenbewijs. Ook was het bezwaar op voorhand ongegrond zodat verweerder eiser niet hoefde te horen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak kan binnen vier weken hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor medische behandeling wordt ongegrond verklaard.