ECLI:NL:RBDHA:2018:11524
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing visumaanvraag kort verblijf wegens onvoldoende sociale en economische binding met Marokko
Eiseres, een Marokkaanse vrouw, diende een aanvraag in voor een visum kort verblijf om familie te bezoeken in Nederland. De minister van Buitenlandse Zaken wees de aanvraag af wegens onvoldoende sociale en economische binding met het land van herkomst, waardoor een tijdige terugkeer niet gewaarborgd zou zijn. Tevens was niet aannemelijk gemaakt dat eiseres of haar garantsteller over voldoende middelen van bestaan beschikten.
Eiseres voerde aan dat zij een stabiele sociale en economische positie in Marokko heeft, onder meer door haar werkzaamheden als zelfstandig thuisnaaister en het bezit van een bankrekening met een saldo van circa €7.200. De rechtbank oordeelde echter dat eiseres onvoldoende bewijs leverde van daadwerkelijke inkomsten en binding, mede omdat de bankafschriften geen specificaties bevatten en geen andere documenten werden overgelegd.
De rechtbank verwierp ook het betoog dat eiseres ten onrechte niet is gehoord, omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was en de hoorplicht daarom niet van toepassing. Gezien de omstandigheden en de Visumcode was de afwijzing van het visum terecht. Het beroep werd ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het visum kort verblijf wordt ongegrond verklaard vanwege onvoldoende sociale en economische binding met Marokko.