ECLI:NL:RBDHA:2018:11355
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf nareis Eritrese vreemdeling wegens onvoldoende identiteitsbewijs
Eiseres, een Eritrese vreemdeling, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis asiel, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid werd afgewezen. De afwijzing was gebaseerd op het ontbreken van officiële identiteitsdocumenten en onvoldoende bewijs van een duurzame en exclusieve relatie met de referent.
De rechtbank beoordeelde het beroep aan de hand van het nieuwe beleid per 1 januari 2018, waarbij officiële documenten zoals een paspoort of identiteitskaart primair worden geëist. Eiseres had geen officiële identiteitskaart overgelegd en kon niet aannemelijk maken dat zij nooit een identiteitskaart heeft gehad, mede omdat op overgelegde documenten een identiteitskaartnummer stond vermeld. Tevens waren de verklaringen over haar geboortedatum en de familierechtelijke relatie tegenstrijdig.
De rechtbank concludeerde dat eiseres haar identiteit onvoldoende aannemelijk had gemaakt en dat de indicatieve documenten geen substantieel bewijs vormden. De bezwaarfase bood geen aanleiding tot hoorplicht. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende aannemelijk gemaakte identiteit en familierelatie.