ECLI:NL:RBDHA:2018:11340
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Egyptische vreemdeling wegens ongeloofwaardigheid en oplegging inreisverbod
Eiser, een Egyptische nationaliteit dragende vreemdeling, verzocht op 20 augustus 2018 om een verblijfsvergunning asiel. Hij stelde dat hij vanwege deelname aan demonstraties en het downloaden van kritische bestanden op computers van klanten problemen had met de Egyptische autoriteiten, wat zijn vertrek uit Egypte noodzakelijk maakte.
De staatssecretaris wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond op grond van ongeloofwaardigheid van de door eiser opgegeven gronden, met name ten aanzien van de vermeende problemen met de autoriteiten en het downloaden van bestanden. Tevens werd een inreisverbod van twee jaar opgelegd wegens het niet overleggen van het paspoort en het niet direct melden bij de autoriteiten na binnenkomst in Nederland.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij een reëel risico loopt bij terugkeer, onder meer omdat hij niet kon verklaren waarom hij niet was opgepakt ondanks zijn vermeende bekendheid bij de veiligheidsdienst en omdat het bewijs van bedreiging onvoldoende was onderbouwd. Ook het niet overleggen van het paspoort werd als te kwader trouw beoordeeld.
Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard en het opgelegde inreisverbod werd bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt het inreisverbod van twee jaar.