ECLI:NL:RBDHA:2018:11218
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing kinderopvangtoeslag voor beurspromovenda wegens ontbreken inkomen uit werk en woning
Eiseres en haar partner verrichtten promotieonderzoek aan de TU zonder salaris, maar met een stipendium. Zij vroegen kinderopvangtoeslag aan voor 2016 en 2017, maar de Belastingdienst stelde de voorschotten op nihil omdat niet voldaan werd aan artikel 1.6, eerste lid, onder j. van de Wkkp.
Eiseres voerde aan dat beurspromovendi feitelijk onderwijs volgen en dat haar stipendium als inkomen uit werk en woning moet worden gezien. De rechtbank oordeelde dat zij niet voldoet aan de wettelijke eisen en dat het stipendium niet als inkomen uit werk en woning wordt aangemerkt. Er was geen arbeidsovereenkomst en geen loonheffingen werden ingehouden.
Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde, mede omdat eiseres onvoldoende gegevens had om dit te onderbouwen. De rechtbank benadrukte dat zij de wet moet toepassen zoals die is en geen ruimte heeft om billijkheidstoetsen te verrichten.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en de kinderopvangtoeslag terecht op nihil vastgesteld voor de genoemde jaren. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van kinderopvangtoeslag is ongegrond verklaard en de toeslag terecht op nihil vastgesteld.