ECLI:NL:RBDHA:2018:11127
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Eiseres, voormalig schoonmaakster, vroeg een WIA-uitkering aan na langdurige ziekte met klachten aan nek, rug en psychische aard. Na medische en arbeidsdeskundige beoordelingen weigerde het UWV de uitkering omdat eiseres niet meer dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn.
Eiseres voerde aan dat de beperkingen, met name door artrose en fibromyalgie, ernstiger zijn dan vastgesteld en dat de voorgestelde functies niet geschikt zijn. De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig en volledig was, met inbegrip van aanvullend onderzoek door de verzekeringsarts bezwaar en beroep (b&b).
De rechtbank stelde vast dat eiseres onvoldoende objectieve medische onderbouwing leverde voor haar stellingen over extra beperkingen en urenbeperking. Ook achtte zij de door de arbeidsdeskundige aangeduide functies passend. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard en de weigering bevestigd.