ECLI:NL:RBDHA:2018:11060
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken gronden in belastingzaak
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen een uitspraak op bezwaar van de Belastingdienst. Bij brief van de rechtbank is haar verzocht binnen vier weken de gronden van het beroep te overleggen, maar zij heeft hieraan niet voldaan.
De rechtbank stelt vast dat op grond van artikel 6:5 Awb Pro de gronden in het beroepschrift vermeld moeten worden. Het niet overleggen van deze gronden kan leiden tot niet-ontvankelijkheid van het beroep, tenzij dit niet aan eiseres kan worden toegerekend.
Aangezien eiseres de gronden niet heeft toegestuurd binnen de gestelde termijn en hiervoor geen geldige reden is gegeven, verklaart de rechtbank het beroep kennelijk niet-ontvankelijk. Er volgt geen inhoudelijke behandeling van het beroep.
Een proceskostenveroordeling wordt niet opgelegd. De uitspraak is gedaan door rechter A.D. van Riel en griffier F.J.M. van den Berg op 13 september 2018.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen van de gronden van het beroep.