ECLI:NL:RBDHA:2018:10936
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank verklaart zich onbevoegd in beroep tegen verlenging bewaring vreemdeling
Eiser, van Marokkaanse nationaliteit, betwistte de verlenging van zijn bewaring door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. De bewaring was opgelegd op grond van artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder b en c, van de Vreemdelingenwet 2000 en verlengd met toepassing van artikel 59b, derde lid. De rechtbank overwoog dat tegen een verlengingsbesluit als bedoeld in artikel 59b, derde lid, geen beroep openstaat volgens artikel 94, zevende lid, van de Vw.
Eiser had geen beroep ingesteld tegen het voortduren van de bewaring, waardoor de rechtbank niet inhoudelijk kon oordelen over de rechtmatigheid van de verlenging. De rechtbank wees ook het verweer van eiser af dat het verlengingsbesluit op onjuiste gronden was genomen, aangezien de vermeende foutieve verwijzing naar artikel 59, derde lid, een verschrijving betrof die reeds was gecorrigeerd.
De rechtbank verklaarde zich daarom onbevoegd kennis te nemen van het beroep tegen het verlengingsbesluit en wees een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het beroep tegen de verlenging van de bewaring.