ECLI:NL:RBDHA:2018:10873
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging tot voorlopig verblijf wegens verbroken feitelijke gezinsband bij nareis
Eisers, Syrische nationaliteit, vroegen een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis voor gezinshereniging. Verweerder wees de aanvraag af omdat eisers meerderjarig waren en de feitelijke gezinsband met referent verbroken zou zijn, aangezien zij zelf in hun levensonderhoud voorzien.
Eisers betwistten dit en stelden dat zij niet zelfstandig in hun levensonderhoud voorzien en dat de gezinsband niet verbroken is. Ook voerden zij aan dat verweerder ten onrechte geen toetsing aan artikel 8 EVRM Pro en de gezinsherenigingsrichtlijn had verricht.
De rechtbank overwoog dat de feitelijke gezinsband na vertrek van referent uit Syrië is verbroken omdat eisers zelfstandig in hun levensonderhoud voorzien, mede op basis van verklaringen van referent en eisers. De rechtbank volgde verweerder dat het hebben van een vaste baan geen vereiste is om de gezinsband als verbroken te beschouwen.
De rechtbank oordeelde dat toetsing aan artikel 8 EVRM Pro en de gezinsherenigingsrichtlijn in deze procedure niet aan de orde is. Het beroep werd ongegrond verklaard en het besluit van verweerder bevestigd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf bevestigd.