Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.De procedure
- de dagvaarding van 28 maart 2017, met producties 1 en 2;
- de conclusie van antwoord, tevens houdende voorwaardelijk eisen in reconventie, met producties 1 tot en met 5 van de zijde van [de man] ;
- het tussenvonnis van 19 juli 2017, waarbij een comparitie van partijen is bevolen;
- de ambtshalve beschikking van 12 oktober 2017, waarbij een nadere datum voor de comparitie van partijen is bepaald;
- de conclusie van antwoord in voorwaardelijke reconventie, met productie 3 van de zijde van [de vrouw] ;
- het proces-verbaal van comparitie van partijen van 12 december 2017 en de daarin genoemde stukken.