ECLI:NL:RBDHA:2018:10766
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G. de Zeben - de Vries
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag uit Algerije wegens veilig land van herkomst
Eiser, een Algerijnse nationaliteit dragende vreemdeling, heeft een asielaanvraag ingediend op grond van bedreiging door de familie van zijn voormalige partner vanwege een ongehuwde zwangerschap. Hij stelt dat hij in Algerije geen bescherming kan verwachten tegen eergerelateerde acties van deze familie.
De staatssecretaris heeft de aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond, omdat Algerije als veilig land van herkomst wordt beschouwd en eiser onvoldoende bewijs heeft geleverd dat hij persoonlijk niet beschermd kan worden. De rechtbank bevestigt dit oordeel en stelt dat het algemene rechtsvermoeden geldt dat Algerije veilig is.
De rechtbank overweegt dat eiser onvoldoende documenten heeft overgelegd om zijn identiteit en herkomst definitief vast te stellen, en dat zijn beweringen over dreiging niet geloofwaardig zijn. Ook al zou eerwraak dreigen, kan eiser volgens de rechtbank de bescherming van de Algerijnse autoriteiten inroepen.
Gelet hierop verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en bevestigt zij het opgelegde inreisverbod en de onmiddellijke vertrektermijn. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag en het opgelegde inreisverbod.