ECLI:NL:RBDHA:2018:10719
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G. van Zeben-de Vries
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzet wegens termijnoverschrijding bij bestuursrechtelijke uitspraak
Opposante heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. De rechtbank heeft dit beroep bij buiten-zittinguitspraak van 22 september 2017 niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen van het beroep.
Tegen deze uitspraak heeft opposante verzet ingesteld. De rechtbank heeft onderzocht of het verzetschrift tijdig was ingediend, waarbij de termijn zes weken bedraagt vanaf de dag na verzending van de uitspraak. Hoewel het verzetschrift binnen een week na het verstrijken van de termijn is ontvangen, was onduidelijk of het ook tijdig ter post was bezorgd.
De rechtbank oordeelde dat bij ontbreken van een poststempel het verzetschrift binnen twee werkdagen na het einde van de termijn ontvangen moet zijn om als tijdig te gelden. Omdat het verzetschrift later werd ontvangen, kon niet worden aangenomen dat het tijdig was verzonden. Daarom werd het verzet niet-ontvankelijk verklaard, en de inhoudelijke behandeling van het verzet bleef achterwege.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De rechtbank benadrukte dat de termijn duidelijk in de rechtsmiddelenclausule en begeleidende brief was vermeld. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzet wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de termijn voor het indienen van het verzetschrift.