ECLI:NL:RBDHA:2018:10650
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek wegens onvoldoende geloofwaardig geaardheidsverhaal
Eiser, een Algerijnse nationaliteit, verzocht op 7 september 2016 om een verblijfsvergunning op grond van asiel vanwege zijn homoseksuele geaardheid en de daaruit voortvloeiende problemen met zijn familie. De staatssecretaris wees dit verzoek af omdat het verhaal van eiser over de problemen binnen zijn familie als ongeloofwaardig werd beoordeeld.
Tijdens de zitting op 18 juli 2018 werd het beroep behandeld waarbij eiser werd bijgestaan door een gemachtigde. De rechtbank oordeelde dat hoewel de identiteit en geaardheid van eiser geloofwaardig waren, zijn verklaringen over de problemen met zijn familie wisselend en vaag waren. Eiser kon niet overtuigend aantonen dat hij daadwerkelijk gevaar liep vanwege zijn geaardheid.
Eiser voerde in beroep aan dat hij niet vrij kon bewegen binnen zijn familie en dat er sprake was van een video-opname die zijn situatie zou bevestigen, maar deze stellingen werden niet aannemelijk gemaakt. De rechtbank concludeerde dat het risico op vervolging onvoldoende was onderbouwd en dat het beroep daarom ongegrond is verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de asielzoeker wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende geloofwaardige onderbouwing van het risico op vervolging.