ECLI:NL:RBDHA:2018:10450
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet-ontvankelijkverklaring asielaanvraag wegens bescherming in Griekenland
Eiser, een Syrische nationaliteit hebbende persoon, diende op 31 juli 2018 een asielaanvraag in in Nederland. Deze aanvraag werd niet-ontvankelijk verklaard door verweerder op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000, omdat eiser reeds internationale bescherming geniet in Griekenland sinds april 2017.
Eiser wijzigde kort voor de zitting zijn beroepsgrond door te stellen dat zijn aanvraag gericht was op gezinshereniging (nareis) met zijn ouders en broers. De rechtbank oordeelde dat dit standpunt te laat en onvoldoende onderbouwd was, wat in strijd is met de goede procesorde. Daarnaast was verweerder niet verplicht de aanvraag inhoudelijk te beoordelen vanwege de bestaande bescherming in Griekenland.
Eiser voerde tevens aan dat terugkeer naar Griekenland een schending van artikel 3 EVRM Pro zou opleveren vanwege onvoldoende medische zorg. De rechtbank verwierp dit beroep, stellende dat eiser in Griekenland basisvoorzieningen ontving, medische behandeling kreeg en onvoldoende bewijs leverde dat hij geen aanspraak kon maken op zijn rechten als statushouder.
De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en wees een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.