ECLI:NL:RBDHA:2018:10442
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aanmaningskosten motorrijtuigenbelasting terecht aan eiseres in rekening gebracht
Eiseres kreeg een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting en een verzuimboete opgelegd over het tijdvak van 22 februari 2017 tot en met 21 mei 2017. Na het onbetaald blijven van de aanslag bracht verweerder op 29 augustus 2017 €7 aanmaningskosten in rekening. Eiseres maakte bezwaar tegen deze kosten, maar dit werd door verweerder gehandhaafd. Vervolgens stelde eiseres beroep in bij de rechtbank.
Tijdens de procedure bleek dat eiseres niet op de zitting verscheen, ondanks tijdige en juiste uitnodigingen die niet door haar werden afgehaald. De rechtbank oordeelde dat de uitnodigingen rechtsgeldig waren verzonden en dat het niet verschijnen voor haar risico kwam.
De kern van het geschil betrof de vraag of de aanmaningskosten terecht in rekening waren gebracht. Eiseres stelde dat zij dacht geen houdster meer te zijn van het voertuig en niet geïnformeerd was over het niet overschrijven van het kenteken. De rechtbank stelde vast dat de aanmaningskosten conform de Invorderingswet 1990 en de Kostenwet invordering rijksbelastingen terecht waren opgelegd, mede omdat geen uitstel van betaling was gevraagd ten tijde van de aanmaningskosten.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door rechter T.A. de Hek op 2 augustus 2018.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de aanmaningskosten terecht zijn opgelegd.