ECLI:NL:RBDHA:2018:10140
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag lesbische Cubaanse wegens onvoldoende zwaarwegendheid
Eiseres, een lesbische vrouw met de Cubaanse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel op grond van haar seksuele geaardheid en de problemen die zij in Cuba en later in een andere plaats heeft ondervonden. Zij stelde dat zij vanwege haar geaardheid werd gediscrimineerd op de werkvloer en in haar sociale omgeving, wat leidde tot ontslag en depressie.
De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat de situatie in Cuba voor LHBT-ers volgens de beschikbare landeninformatie is verbeterd en homoseksualiteit niet strafbaar is. De rechtbank acht het asielrelaas geloofwaardig, maar onvoldoende zwaarwegend om te voldoen aan de criteria van het Vluchtelingenverdrag of artikel 3 EVRM Pro. Er is geen sprake van onhoudbare discriminatie of een reëel risico op ernstige schade.
De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris de aanvraag correct en objectief heeft behandeld binnen de open asielprocedure en dat eiseres onvoldoende heeft aangetoond dat zij geen bescherming van de autoriteiten kan verwachten. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep op asiel wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende zwaarwegendheid van het asielrelaas en geen reëel risico op ernstige schade.