ECLI:NL:RBDHA:2018:10079
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag op grond van Dublinverordening en verantwoordelijkheid Italië
Eiseres, een Eritrese vrouw, diende op 10 maart 2018 een asielaanvraag in Nederland in. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam haar aanvraag niet in behandeling omdat op grond van de Dublinverordening was vastgesteld dat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling van haar aanvraag. Uit Eurodac en onderzoek bleek dat eiseres eerder in Italië en Zwitserland asielverzoeken had ingediend en dat Italië haar als meerderjarige had geregistreerd met een geboortedatum in 1997.
Eiseres voerde aan dat het besluit in strijd was met het zorgvuldigheidsbeginsel, het motiveringsbeginsel en de beginselen van een goede procesorde, en dat verweerder onvoldoende onderzoek had gedaan naar haar leeftijd en de situatie in Italië. Ook stelde zij dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel jegens Italië niet meer opging en dat zij een kwetsbare alleenstaande vrouw is met ernstige mishandelingen in haar verleden.
De rechtbank oordeelde dat eiseres onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat Italië niet langer verantwoordelijk kan worden gehouden. Haar stellingen over capaciteitsproblemen en schending van minimumwaarborgen in Italië waren onvoldoende onderbouwd. De registratie van haar meerderjarigheid in Italië werd als zorgvuldig beschouwd. Ook was er geen reden voor nader onderzoek of het toepassen van artikel 17 van Pro de Dublinverordening. Het beroep op het arrest Gnandi en het betoog over het ontbreken van een effectief rechtsmiddel faalden. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-inhoudelijke behandeling van de asielaanvraag is ongegrond verklaard omdat Italië verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening.