ECLI:NL:RBDHA:2018:10055
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning kinderpardon wegens niet voldoen aan aanvraagtermijn en mvv-vereiste
Eisers, een gezin met Sierraleoonse nationaliteit, hebben een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de kinderpardonregeling. De staatssecretaris wees de aanvragen af omdat eiser 1 niet ten minste vijf jaar geleden een asielaanvraag had ingediend en er geen vrijstelling van het mvv-vereiste van toepassing was. Eisers voerden aan dat individuele omstandigheden en het EVRM artikel 8 een Pro vrijstelling rechtvaardigden.
De rechtbank oordeelde dat eiser 1 niet voldoet aan de voorwaarde van een asielaanvraag die ten minste vijf jaar geleden is ingediend, en dat het beleid ruimte biedt voor beleidsvrijheid bij de toepassing van de kinderpardonregeling. Het beroep op artikel 2, tweede lid, IVRK werd verworpen omdat de keuze van de ouder om een asielaanvraag in te dienen aan het kind kan worden tegengeworpen.
De belangenafweging onder artikel 8 EVRM Pro leidde tot de conclusie dat het belang van de staat bij een restrictief toelatingsbeleid zwaarder weegt dan de belangen van eisers, mede omdat eiser 1 en zijn moeder wisten van de onzekerheid van hun verblijfsrecht en eiser 1 geacht wordt zich met hulp in Sierra Leone te kunnen vestigen. Medische verklaringen en algemene rapporten werden niet relevant geacht.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eisers tegen de afwijzing van hun verblijfsvergunning op grond van de kinderpardonregeling wordt ongegrond verklaard.