ECLI:NL:RBDHA:2017:9873
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T. Sleeswijk Visser-de Boer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardig asielrelaas over dreiging in Irak
Eiser, een Iraakse nationaliteit bezittende man, verzocht om een verblijfsvergunning asiel vanwege vermeende dreiging door een sjiitische militie en veiligheidsdiensten in Irak. Hij stelde dat over hem een rapport was opgesteld vanwege zijn werkzaamheden voor het Ressurecting Iraqi People Center en het voormalig lidmaatschap van zijn moeder van de Ba’athpartij.
Verweerder wees de aanvraag af op grond van ongeloofwaardigheid van het asielrelaas, met name het ontbreken van onafhankelijke bewijsstukken en tegenstrijdigheden in het verhaal van eiser. Eiser kon zijn beweringen niet overtuigend onderbouwen, ondanks het overleggen van kopieën van processtukken uit Irak.
De rechtbank oordeelde dat de identiteit en achtergrond van eiser geloofwaardig zijn, evenals de algemene problemen die hij ondervond. Echter, de specifieke dreiging door de genoemde persoon en het bestaan van het rapport werden niet aannemelijk geacht. De rechtbank concludeerde dat er geen reëel risico op ernstige schade bestaat bij terugkeer en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van een reëel risico op ernstige schade.