ECLI:NL:RBDHA:2017:9719
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen bron van inkomen vastgesteld bij langdurige negatieve resultaten eenmanszaak
Eiser voerde beroep aan tegen een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over 2012, waarbij de Belastingdienst een hoger belastbaar inkomen had vastgesteld dan door eiser opgegeven. Het geschil betrof de vraag of de activiteiten van eiser een bron van inkomen vormden. Hoewel niet in geschil was dat de werkzaamheden in het economische verkeer werden verricht met het oogmerk voordeel te behalen, leidde de eenmanszaak sinds 2007 jaarlijks tot negatieve resultaten.
De rechtbank stelde vast dat bij langdurige negatieve resultaten eiser de bewijslast draagt om aannemelijk te maken dat er een objectieve verwachting is op positieve opbrengsten in de toekomst. Eiser slaagde hier niet in, mede omdat hij geen onderbouwde cijfers over 2016 kon overleggen. Ook werden de vergoedingen uit het persoonsgebonden budget en neveninkomsten niet toegerekend aan de onderneming.
De rechtbank verklaarde het beroep ontvankelijk, ondanks een lichte termijnoverschrijding, maar oordeelde uiteindelijk dat geen sprake was van een bron van inkomen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de aanslag inkomstenbelasting 2012 wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van een objectieve voordeelsverwachting uit de eenmanszaak.