ECLI:NL:RBDHA:2017:969
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M. Diepenhorst
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet-in behandeling neming asielaanvraag op grond van Dublinverordening afgewezen
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. De reden hiervoor is dat Duitsland volgens Verordening (EU) nr. 604/2013 (de Dublinverordening) verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.
Tijdens de zitting op 26 januari 2017 heeft de rechtbank vastgesteld dat eiser na afloop van de visumperiode in Frankrijk het Schengengebied heeft verlaten, waardoor de claim dat Frankrijk verantwoordelijk zou zijn, faalt. Tevens is het claimakkoord van 24 november 2016 tussen de Duitse autoriteiten en Nederland relevant, waarin Duitsland verklaart verantwoordelijk te zijn.
De rechtbank overweegt dat de beroepsgrond dat Duitsland onveilig zou zijn voor eiser onvoldoende is onderbouwd en dat er geen nieuwe omstandigheden zijn aangevoerd. Daarom is het beroep ongegrond verklaard en is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-in behandeling neming van de asielaanvraag is ongegrond verklaard omdat Duitsland verantwoordelijk is op grond van de Dublinverordening.