ECLI:NL:RBDHA:2017:9664
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting na intrekking verblijfsvergunning regulier
Verzoeker heeft een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd die op 31 mei 2017 is ingetrokken door verweerder, met een onmiddellijke uitzettingsmaatregel en een inreisverbod van tien jaar. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
Tijdens de mondelinge behandeling op 17 augustus 2017 verscheen verzoeker met zijn gemachtigde, terwijl verweerder werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde. De voorzieningenrechter oordeelde dat het belang van verzoeker om in Nederland te blijven totdat het bezwaar is behandeld zwaarder weegt dan het belang van verweerder om verzoeker direct uit te zetten.
De voorzieningenrechter wees het verzoek toe, verbood de uitzetting zolang het bezwaar niet is beslist, en veroordeelde verweerder tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht. De uitspraak werd direct na de zitting mondeling uitgesproken en is niet vatbaar voor hoger beroep.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening toegewezen; uitzetting van verzoeker wordt opgeschort totdat op het bezwaar is beslist.