ECLI:NL:RBDHA:2017:9591
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing vreemdelingenbewaring wegens termijnoverschrijding vooronderzoek
Eiser is op 25 mei 2017 in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Na eerdere ongegrond verklaarde beroepen tegen de bewaring, stelde eiser op 31 juli 2017 beroep in tegen het voortduren van de vrijheidsontneming. De rechtbank stelde vast dat het vooronderzoek volgens artikel 96, eerste lid, Vw 2000 binnen een week na ontvangst van het beroepschrift gesloten moest zijn, maar dit pas op 14 augustus 2017 gebeurde, zeven dagen te laat.
De rechtbank oordeelde dat deze termijnoverschrijding geheel aan de rechtbank toe te rekenen is en niet te wijten is aan de aard of complexiteit van de zaak. Hierdoor was er geen sprake van een spoedige beoordeling van de rechtmatigheid van de vrijheidsbeneming, zoals vereist onder het EVRM. Daarom werd de maatregel van bewaring opgeheven.
Daarnaast kende de rechtbank eiser een schadevergoeding toe van €1.280,- voor de periode van onrechtmatige voortzetting van de bewaring vanaf 8 augustus 2017. Tevens werden de proceskosten van €495,- aan eiser toegekend. De uitspraak werd gedaan door rechter Mosheuvel op 24 augustus 2017 en is onherroepelijk.
Uitkomst: De vreemdelingenbewaring wordt opgeheven wegens overschrijding van de wettelijke termijn voor het sluiten van het vooronderzoek.