ECLI:NL:RBDHA:2017:9225
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen vrijstelling premie volksverzekeringen voor in loondienst werkende Rijnvarende met A1-verklaring
Eiser, woonachtig in Nederland, werkte in 2013 in loondienst bij een Cypriotisch bedrijf als Rijnvarende. De Sociale Verzekeringsbank gaf een A1-verklaring af die stelde dat de Nederlandse sociale zekerheidswetgeving van toepassing was voor de periode 2013-2014. Eiser vroeg vrijstelling van premie volksverzekeringen aan, maar de Belastingdienst verleende deze niet en legde een aanslag op.
Eiser betwistte de aanslag en stelde dat het Cypriotische sociale verzekeringsrecht van toepassing zou moeten zijn, omdat hij werkzaamheden in meerdere lidstaten verrichtte en geen substantieel deel aan Nederland toerekenbaar was. Tevens voerde hij aan dat de A1-verklaring onrechtmatig was afgegeven en dat de Belastingdienst een eigen onderzoeksplicht had.
De rechtbank oordeelde dat de A1-verklaring rechtens bindend is voor de Nederlandse instanties, waaronder de Belastingdienst, omdat het beroep tegen de verklaring was ingetrokken. De rechtbank vond geen aanleiding om af te wijken van de verklaring en bevestigde dat de Nederlandse sociale wetgeving van toepassing is. Daarom was het terecht dat geen vrijstelling van premie volksverzekeringen werd verleend.
Het beroep werd ongegrond verklaard en ook het bezwaar tegen de belastingrente werd verworpen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag zonder vrijstelling van premie volksverzekeringen bevestigd.