Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.De procedure
2.Het geschil in de hoofdzaak
- Level is een research- en ontwikkelingsbedrijf dat zich heeft gespecialiseerd in recuperatoren, dat wil zeggen apparaten waarmee warmte kan worden overgedragen tussen twee media stromen (‘warmtewisselaars’). De ontwikkelingen van Level zijn beschermd door een aantal octrooien. Recair is een fabrikant van recuperatoren, in het bijzonder van het type dat door Level is uitgevonden en door haar octrooien wordt beschermd;
- Tussen Level en Recair bestaat sinds 1999 een exclusieve licentieverhouding. Deze verhouding is laatstelijk (gewijzigd) vastgelegd in een op 28 november 2006 gesloten Licence Agreement. In deze overeenkomst heeft Level aan Recair het exclusieve recht verleend om op basis van alle octrooien en octrooiaanvragen die in de jaarlijks aan te vullen Annex A worden genoemd, recuperatoren te vervaardigen en wereldwijd te exploiteren. Recair dient Level hiervoor jaarlijks een royaltyvergoeding te betalen. Voorts bepaalt artikel 3.4 van de overeenkomst dat Recair aan Level opdrachten dient te verstrekken voor, kort gezegd, ontwikkelingswerkzaamheden.
- Recair heeft de Licence Agreement bij aangetekende brief van 24 april 2015 opgezegd c.q. beëindigd per 27 juni 2016. Zij meent daartoe gerechtigd te zijn omdat (1) op die datum het enige voor haar relevante octrooi van Level (EP 416) expireert en, voor zover dat anders mocht zijn, omdat (2) de (financiële) verplichtingen uit de Licence Agreement er meer en meer toe leiden dat zij om
- Deze opzegging is echter niet rechtsgeldig. In artikel 10.1 van de Licence Agreement is immers bepaald dat de duur daarvan gelijk loopt met de duur van het laatste te expireren octrooi genoemd in Annex A. Tot de daarin genoemde octrooien behoort EP 965, welk octrooi eveneens door Recair wordt toegepast. EP 965 zal pas expireren op 20 oktober 2026, zodat de Licence Agreement in elk geval tot en met die datum voortduurt. Met de constructie van artikel 10.1 hebben partijen bovendien beoogd vast te leggen dat de Licence Agreement een minimumduur zal hebben en juist om die reden bepaalt artikel 10.2 dan ook uitdrukkelijk dat tussentijdse beëindiging daarvan uitsluitend mogelijk is in drie, limitatief opgesomde gevallen, te weten: (a) een materieel verzuim door een partij na ingebrekestelling, (b) faillissement of surséance van betaling van een partij en (c) een met faillissement te vergelijken situatie van een partij. Geen van deze situaties doet zich voor, zodat Recair de Licence Agreement niet eenzijdig tussentijds kon beëindigen.