ECLI:NL:RBDHA:2017:897
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen feitelijke uitzetting naar Servië
Verzoeker, met de Servische nationaliteit, maakte bezwaar tegen zijn voorgenomen feitelijke uitzetting naar Servië en verzocht om een voorlopige voorziening om deze uitzetting te voorkomen totdat op het bezwaar was beslist.
De voorzieningenrechter overwoog dat verzoeker bereid was vrijwillig terug te keren, maar zonder identiteitsdocumenten moeilijk een bestaan kan opbouwen. Verzoeker voerde gezondheidsproblemen en het recht op gezinsleven aan, maar kon dit niet voldoende onderbouwen. Verweerder stelde dat bezwaar alleen mogelijk is bij nieuwe feiten of onrechtmatig gebruik van bevoegdheid, wat niet was aangetoond.
De rechter concludeerde dat de Servische nationaliteit van verzoeker vaststaat, identiteitsdocumenten aangevraagd kunnen worden, en dat er geen bewijs is van medische behandeling of een aanvraag op grond van artikel 64 Vreemdelingenwet Pro 2000. Ook is het gezinsleven beperkt en niet onderbouwd dat uitzetting strijdig is met het Handvest.
Daarom heeft het bezwaar geen redelijke kans van slagen en is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de feitelijke uitzetting is afgewezen.