Uitspraak
Rechtbank den haag
1.De procedure
2.De feiten
- het verloop van het traject wordt weergegeven. Dit eindigt met het gegeven dat in januari 2017 duidelijk is geworden dat moeder de samenwerking met de behandelaar van [minderjarige 1] heeft stopgezet. Cardea acht dit niet in het belang van [minderjarige 1] en meent dat dit zelfs schadelijk kan zijn. Er heeft daarop een gesprek plaatsgevonden met moeder in het kader van “1Gezin1Plan”. De gezinsvoogd en Cardea hebben daarna besloten het traject te laten voor wat het is en de uitspraak van dit geding af te wachten;
- een conclusie/advies is opgenomen. Daarin staat vermeld dat, samengevat weergegeven, volgens Cardea sprake is van een zeer complexe en zorgelijke situatie met een uitzonderlijk lang traject. Vader heeft zich daarin naar Cardea altijd coöperatief en geduldig opgesteld. Moeder heeft veel tijd en ruimte gekregen om naar contactherstel toe te werken en heeft geprobeerd mee te werken aan het stappenplan. Moeder heeft echter ook steeds te kennen gegeven niet mee te kunnen werken aan contactherstel. De verhalen van ouders ten aanzien van gebeurtenissen uit het verleden staan lijnrecht tegenover elkaar. Beide verhalen roepen zorgen op bij Cardea. [minderjarige 1] groeit momenteel op in een situatie met veel angst, terwijl het van belang is dat hij opgroeit zonder angst en zonder negatief vaderbeeld. Volgens Cardea is het daarvoor nodig dat [minderjarige 1] nieuwe, positieve ervaringen opdoet met vader om zijn negatieve vaderbeeld bij te kunnen stellen wat zijn ontwikkeling ten goede komt. Moeder heeft echter aangegeven daar niet aan mee te kunnen werken. Het is volgens Cardea niet gelukt om uit deze impasse te komen. Cardea stelt niet te weten wat er moet gebeuren om begeleide omgang tot stand te brengen.