De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek van de moeder tot vaststelling van kinderalimentatie en wijziging van de zorg- en opvoedingstaken. De moeder wilde onder meer de hoofdverblijfplaats van het kind wijzigen naar de vader in het Verenigd Koninkrijk. De vader verzocht om handhaving van de zorgregeling zoals vastgesteld door de Engelse rechter.
De rechtbank oordeelde dat de draagkracht van de vader beperkt is, op basis van zijn fiscale inkomensgegevens, en stelde de kinderalimentatie vast op GBP 22 per maand. De moeder kon de behoefte van het kind onvoldoende onderbouwen, waardoor deze niet werd berekend.
Met betrekking tot de hoofdverblijfplaats stelde de rechtbank vast dat het belang van het kind niet gediend is bij wijziging naar de vader, omdat het kind sinds haar geboorte bij de moeder woont, geworteld is in Den Haag en daar naar school gaat. De zorgregeling van de Engelse rechter werd bevestigd, ondanks dat de moeder deze niet volledig nakwam vanwege financiële en praktische redenen.
De rechtbank legde een dwangsom van € 500 per keer op aan de moeder indien zij het kind niet conform de zorgregeling naar de vader brengt, tot een maximum van € 10.000. De regeling werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het overige verzoek werd afgewezen.