Uitspraak
Rechtbank Den haag
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.Bewijsoverwegingen
momentane onoplettendheid, nu uit de bewijsmiddelen kan worden afgeleid dat de aandacht van verdachte op het moment van optrekken (reeds gedurende enkele seconden) niet op de weg voor hem was gericht, maar op [getuige 1] , aan wie verdachte in woord en gebaar liet weten dat [getuige 1] daar naar de mening van verdachte op dat moment niet mocht oversteken aangezien verdachte (inmiddels) groen had.
te rijdenwaarbij hij onvoldoende goed heeft gekeken naar op die kruising overstekende voetgangers ten gevolge waarvan hij verdachte tegen een voetganger is gebotst, waardoor een ander (genaamd [slachtoffer] ) zwaar lichamelijk letsel, te weten een hersenkneuzing en
eenhersenbloeding en
eenfractuur van de oogkas (links) en
hetneusbeen (links), werd toegebracht.
4.De strafbaarheid van het feit
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De strafoplegging
7.De toepasselijke wetsartikelen
8.De beslissing
120 (HONDERDTWINTIG) UREN;
60 (ZESTIG) DAGEN;
6 (ZES)