ECLI:NL:RBDHA:2017:8659
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser heeft een asielaanvraag ingediend in Nederland, maar de staatssecretaris heeft deze niet in behandeling genomen omdat Frankrijk op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielverzoek. Eiser betoogt dat Nederland de behandeling aan zich moet trekken omdat hij vanwege zijn situatie in Congo en de aanwezigheid van radicale Congolezen in Frankrijk gevaar loopt en de Franse autoriteiten hem onvoldoende bescherming kunnen bieden.
De rechtbank stelt vast dat Frankrijk inderdaad de verantwoordelijke lidstaat is en dat Nederland op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag aannemen dat Frankrijk zijn verplichtingen nakomt. De aangevoerde risico’s in Frankrijk zijn onvoldoende concreet en onderbouwd om Nederland te verplichten de aanvraag zelf te behandelen. Ook het eerdere rechtmatig verblijf van eiser in Nederland leidt niet tot een andere beoordeling.
De rechtbank concludeert dat de staatssecretaris terecht het asielverzoek niet in behandeling heeft genomen en verklaart het beroep ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan binnen een week hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.