ECLI:NL:RBDHA:2017:8622
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen vrijheidsontnemende maatregel in vreemdelingenrecht
Eiser is op grond van artikel 6 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd. Na afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel als kennelijk ongegrond, is een nieuwe maatregel van bewaring opgelegd. Eiser betoogt dat een lichter middel, zoals plaatsing in een AZC met meldplicht, volstaat omdat hij authentieke identiteitsbewijzen heeft overgelegd.
De rechtbank stelt vast dat eiser de gronden van de maatregel niet heeft bestreden en dat verweerder terecht meer gewicht heeft toegekend aan het ontbreken van een vaste woon- of verblijfplaats en onvoldoende middelen van bestaan. Er zijn geen omstandigheden gebleken die de maatregel onevenredig bezwarend maken.
De rechtbank oordeelt dat de vrijheidsontnemende maatregel terecht is opgelegd en verklaart het beroep ongegrond. Tevens wordt het verzoek om schadevergoeding afgewezen en is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.