ECLI:NL:RBDHA:2017:8496
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing opvolgende asielaanvraag wegens gebrek aan nieuwe feiten en ongeloofwaardige terugkeer naar Turkije
Eiseres heeft sinds 2008 meerdere asielaanvragen ingediend die allen zijn afgewezen en onherroepelijk zijn verklaard. In mei 2017 diende zij een opvolgende aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Zij stelde dat zij eind 2015 naar Turkije was teruggekeerd en daar betrokken raakte bij een Koerdische vereniging die de PKK steunt, en dat zij in augustus 2016 in een gewapend conflict was verwikkeld. De staatssecretaris verklaarde de aanvraag niet-ontvankelijk omdat de aangevoerde feiten niet als nieuw konden worden beschouwd.
De rechtbank oordeelde dat eiseres haar terugkeer naar Turkije niet met documenten of andere bewijsstukken kon onderbouwen. Zij kon geen reisdocumenten, bewijs van verblijf, of stukken over haar strafzaak overleggen. Ook was haar verklaring over de terugkeer vaag en onvolledig, zonder details over de vluchtmaatschappij of reisstempels. De rechtbank vond dat de staatssecretaris terecht geen geloof hechtte aan de verklaringen en dat deze daarom niet als nieuwe feiten konden gelden.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en is de niet-ontvankelijkverklaring van de aanvraag bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak kan binnen een week hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag.