ECLI:NL:RBDHA:2017:8493
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens toepassing Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel inzake Italië
Eiser heeft op 14 maart 2017 een asielaanvraag ingediend, maar de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie heeft deze niet in behandeling genomen op grond van de Dublinverordening omdat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling. Uit Eurodac bleek dat eiser illegaal via Italië de EU is binnengekomen. De staatssecretaris verzocht Italië om overname, waarop geen reactie kwam, waardoor een fictief claimakkoord ontstond.
De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Italië zijn verdragsverplichtingen niet zal nakomen of dat terugkeer tot een situatie leidt die strijdig is met artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 Handvest Pro EU. Eerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak bevestigen dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Italië nog steeds geldt.
Eiser stelde dat hij als kwetsbare asielzoeker moet worden beschouwd, maar heeft dit niet onderbouwd volgens het arrest Tarakhel. Ook zijn persoonlijke relaas overtuigt de rechtbank niet om het vertrouwensbeginsel te doorbreken. De staatssecretaris heeft terecht geweigerd het verzoek hier te behandelen wegens gebrek aan bijzondere individuele omstandigheden die overdracht onevenredig hard maken. Het beroep wordt ongegrond verklaard en proceskosten worden niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt ongegrond verklaard.