ECLI:NL:RBDHA:2017:8492
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Duitsland op grond van Dublinverordening
Eiser deed op 8 mei 2017 een asielaanvraag in Nederland. Uit het Eurodac-systeem bleek dat eiser eerder in Duitsland op 22 oktober 2013 en 15 juli 2015 een verzoek om internationale bescherming had ingediend. De Nederlandse staatssecretaris van Veiligheid en Justitie besloot op 26 mei 2017 de aanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling.
Eiser stelde beroep in tegen dit besluit en voerde aan dat de Duitse autoriteiten hem niet goed hadden behandeld, onderbouwd met foto's. De rechtbank oordeelde echter dat deze stelling onvoldoende was om het interstatelijk vertrouwensbeginsel te doorbreken. De Duitse autoriteiten hadden ingestemd met de terugname van eiser op basis van artikel 18 van Pro de Dublinverordening.
De rechtbank concludeerde dat geen sprake was van een situatie die strijdig is met artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 van Pro het Handvest van de grondrechten van de EU. Ook was er geen sprake van bijzondere, individuele omstandigheden die de overdracht onevenredig hard zouden maken. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.