ECLI:NL:RBDHA:2017:8491
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser heeft op 20 maart 2017 een asielaanvraag ingediend in Nederland. De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie heeft deze aanvraag niet in behandeling genomen op grond van artikel 30 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, omdat Roemenië verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag volgens de Dublinverordening. De Roemeense autoriteiten hebben ingestemd met de overdracht van eiser.
Eiser voerde aan dat hij niet illegaal het grondgebied van de lidstaten is binnengekomen en dat Roemenië zijn verdragsverplichtingen niet zou nakomen. De rechtbank oordeelde dat eiser via een aangewezen doorlaatpost rechtmatig toegang heeft verkregen en dat er geen concrete aanwijzingen zijn dat Roemenië zijn verplichtingen niet nakomt. De enkele verwijzing naar een Country Report en een uitspraak van een Belgische rechter was onvoldoende.
De rechtbank concludeerde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet is doorbroken en dat de overdracht niet in strijd is met artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 van Pro het Handvest van de grondrechten van de EU. Ook is geen sprake van onevenredige hardheid die overdracht zou verhinderen. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot niet-in behandeling neming van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.