ECLI:NL:RBDHA:2017:8379
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond op niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Italië
Eiser, een Soedanese nationaliteit, diende op 24 maart 2017 een asielaanvraag in Nederland in. Uit Eurodac bleek dat hij op 22 oktober 2016 illegaal via Italië de EU-buitengrens was binnengekomen. Nederland verzocht Italië om overname van de asielaanvraag, waarop Italië instemde.
De staatssecretaris nam de aanvraag niet in behandeling op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, omdat Italië verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening. Eiser voerde aan dat hij in Italië was misleid en onder dwang vingerafdrukken had afgegeven, en dat Nederland de aanvraag moet behandelen.
De rechtbank oordeelde dat het feit dat vingerafdrukken onder dwang zijn afgenomen niet leidt tot een andere verantwoordelijke lidstaat en dat de intentie van eiser om in Nederland asiel aan te vragen niet relevant is. Er waren geen aanwijzingen dat Italië zijn verplichtingen niet nakomt of dat overdracht onevenredige hardheid oplevert.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees erop dat eiser bij problemen met de afname van vingerafdrukken bij de Italiaanse autoriteiten moet klagen. Er was geen reden om de asielaanvraag in Nederland te behandelen op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard omdat Italië verantwoordelijk is.