ECLI:NL:RBDHA:2017:8267
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag als kennelijk ongegrond wegens ongeloofwaardigheid identiteit en verklaringen
Eiser, een Iraanse asielzoeker, verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd nadat hij was gevlucht vanwege een huiszoeking door de veiligheidsdienst in Iran, vermoedelijk vanwege zijn atheïsme en levensstijl. De staatssecretaris wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond op grond van ongeloofwaardigheid van eisers identiteit, tegenstrijdige en onwaarschijnlijke verklaringen, en het verstrekken van valse informatie.
De rechtbank onderzocht de medische situatie van eiser en concludeerde dat zijn psychische klachten geen zodanige invloed hadden op zijn verklaringen dat deze onbruikbaar waren. Ook werd vastgesteld dat eiser voldoende rechtsbijstand had gehad en dat hij niet aannemelijk had gemaakt dat hij tijdens de procedure relevante informatie had achtergehouden vanwege medische beperkingen.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende bewijs leverde voor zijn identiteit, waaronder een vermeende naamswijziging, en dat zijn verklaringen over zijn atheïsme, arrestatie, detentie en problemen in Iran niet geloofwaardig waren. De gestelde inval in zijn woning en de reden daarvoor werden eveneens als ongeloofwaardig beoordeeld.
Op basis van deze bevindingen bevestigde de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag als kennelijk ongegrond. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag als kennelijk ongegrond wegens ongeloofwaardigheid.